Selecteer een pagina

Na drie lades te hebben doorgespit slof ik met mijn Mary Poppinsparaplu (inclusief handig drukknopje) terug de woonkamer in. Ik neem een slok van mijn lauwgeworden lapsangthee en kijk naar de druppels die diagonaal over mijn raam lopen. Zou ik in mijn huispak het theater eigenlijk wel binnen mogen? Misschien als ik eerlijk zeg dat ik vlakbij woon, op dertien hoog met aan twee kanten ramen van drie bij drie. En dat ik ongesteld ben en geen andere plek weet waar ik volledig aan het geraas van de aanstaande storm kan ontsnappen. Een storm waarvan de brute kracht, net bij als een trein die langs een slagboom dendert, je altijd overvalt, zelfs al weet je dat-ie komt.

Tijdens mijn tweede slok komt de eerste windstoot. ‘Dat dus’, zeg ik tegen een meeuw of duif – met deze snelheden is het verschil niet te zien – die tijdens zijn afdaling achterstevoren terug de onheilspellende hemel in wordt geblazen. ‘Pats!’ klinkt het in één van de kozijnen. En nog een keer, ‘pats, pats!’ Net als ik mezelf heb overtuigd dat dat raam de wind heus wel kan hebben verschijnt er in de linker bovenhoek een scheurtje. Het raam bolt en er ontstaat een tweede. Dan honderden tegelijk. Met mijn hart in mijn keel staar ik naar het web van miniscule barstjes. Ik wil mijn telefoon pakken, waar is dat ding eigenlijk, maar bedenk dat ik geen idee heb wie te bellen.

Een sprankje hoop welt in me op als er na twee minuten geen barsten meer zijn bijgekomen, maar valt als gevolg van een nieuwe windstoot tegelijk met de ruit aan diggelen. De storm is meteen binnen, smijt me tegen de vloer en begint een verwoestende ronde door de kamer. Stoelen gaan om, een schilderij wordt van de muur gerukt en mijn blaadje met tien-voornemens-voor-rust-reinheid-en-regelmaat belandt via het plafond in het vuile afwaswater. Voordat ik mijn adem kan hervinden hoor ik hoe de wind zich met een scherpe fluittoon door het gapende gat terugtrekt en voel ik hoe hij mij, ruggelings glijend tussen de glasscherven over het laminaat, met zich meesleurt. Vlak voor de afgrond passeer ik mijn plu, grijp hem en druk wanhopig het knopje in.